Drachten:
0512 - 30 14 44
Burgum:
0511 - 46 40 60

Wormen

Er zijn verschillende wormsoorten die bij het schaap een rol spelen.

 

Haemonchus contortus

  • Haemonchus overwintert hoofdzakelijk in de ooien en niet op het land. De Haemonchus eieren kunnen in het voorjaar in grote aantallen op het land terecht komen als er geen goed weideschema aangehouden wordt. Vanaf eind mei zijn er nieuwe larven op de wei. Opname door lammeren geeft 3 tot 4 weken later eieren in de mest en vanaf dan is er een reële kans op klinische tekenen.
  • Larven die ooien en lammeren na half september opnemen, gaan grotendeels in winterslaap. De lammeren hebben na één weideseizoen vaak voldoende weerstand opgebouwd, maar dit is niet op alle bedrijven het geval. Verschijnselen van Haemonchose kunnen dus ook bij volwassen schapen gezien worden.

 

Verschijnselen

  • Bloedarmoede bij lammeren. Dit uit zich in zeer bleke, witte slijmvliezen (oog en bek). Door de bloedarmoede ontstaat vaak ook een kobaltgebrek. Andere symptomen naast een slechte groei en vermagering zijn onderkaaksoedeem (=vochtophoping) en harde, ingedroogde mestkeutels in plaats van diarree.
  • Verschijnselen worden meestal tussen juni en september gezien.

 

 

Nematodirus battus

  • Eieren van Nematodirus overwinteren op het land, in het voorjaar (april/mei/juni), zodra de temperatuur stijgt, start de ontwikkeling van de overwinterende eieren. Hierdoor kan de weidebesmetting ineens erg stijgen.
  • De eieren kunnen wel 12 maanden aanwezig blijven op het land. Wanneer u vorig weideseizoen problemen hebt gehad met Nematodirus moet u dit seizoen op een ander perceel beginnen als vorig seizoen.

 

Verschijnselen

  • Geeft bij lammeren vaak vroeg in het voorjaar waterdunne diarree, dorst en sterke groeivertraging. Bij de eerste verschijnselen is het mestmonster vaak negatief, want de ei uitscheiding komt pas later.

 

Monienzia expansa = Lintworm

  • De lintworm heeft een indirecte cyclus, er is een tussengastheer nodig om de complete ontwikkeling door te maken. Voor het schaap is dit een vrijlevende grasmijt dat vanuit de mest de lintwormeitjes op eet. De mijt komt in grote aantallen voor in Nederland, vooral op oude weilanden met veel humus. De mijt wordt ook gevonden in hooi en stro. De met lintwormlarven besmette mijt wordt tijdens het grazen opgenomen door het schaap waarna de larve zich in het schaap kan ontwikkelen tot volwassen lintworm.

 

Verschijnselen

  • Er kunnen losse lintworm geledingen in de mest gezien worden. Dit zijn witte, vaak nog bewegelijke stukjes ‘spaghetti’.
  • Groeivertraging en darmverstopping worden bijna nooit gezien.