Drachten:
0512 - 30 14 44
Burgum:
0511 - 46 40 60

BVD

Wat is BVD?

 

BVD staat voor Bovine Viral Diarree virus. Het is een virus dat zorgt voor een verlaging van weerstand. Een acute BVD infectie kan, net als vele andere ziekten, zieke dieren met koorts geven. Maar meestal gaat een BVD infectie sluimerend over een bedrijf. Doordat het BVD virus de afweer onderdrukt krijgen andere ziekteverwekkers ook meer kansen. Een BVD infectie op het bedrijf kan zich uiten in

  • een hoger celgetal,
  • in meer mastitis gevallen,
  • meer abortus,
  • meer nageboorte-problemen,
  • meer zieke dieren,
  • slecht groeiende kalveren en meer sterfte,
  • maar ook minder melkproductie en een slechtere fertiliteit.

BVD richt in de melkveehouderij dus veel schade aan (soms wel €500/dier).

Het BVD virus kan worden overgebracht via speeksel, neusuitvloeiing, traanvocht, melk,sperma, mest en urine. Dit gebeurt vooral via dier-dier contact, maar het kan ook via mens en materialen. Een kalf in de baarmoeder kan ook al besmet worden. Hieruit kunnen de zogenaamde “BVD dragers” geboren worden. Dit zijn de grootste schadeveroorzaker bij een BVD-infectie.

 

Wat is een BVD-drager?

 

Tijdens een BVD infectie op het bedrijf kan elk rund besmet worden met het BVD virus. Wanneer een drachtig dier besmet wordt, kan een “drager kalf ” ontstaan. Het moederdier, dat besmet wordt, heeft voor zichzelf genoeg afweer. Zij doorloopt (meestal niet zichtbaar) het ziekteproces en maakt afweer (antistoffen) tegen BVD. Helaas wordt de vrucht vaak door de placenta heen besmet. Afhankelijk van hoe lang het moederdier drachtig is, kan de vrucht verworpen worden of kan er een “drager kalf” ontstaan.

 

  • Grofweg wordt bij dracht tussen 0-45 dagen de vrucht meestal verworpen.
  • Bij drachtlengte tussen 45-150 dagen ontstaat er vaak een BVD “drager”.
  • Bij een kalf ouder dan 150 dagen, maakt het kalf zelf meestal antistoffen en verdwijnt het BVD virus, net als bij de moeder, weer uit het kalf.

 

Een drager is een dier dat zelf geen afweer (antistoffen) tegen het BVD virus maakt. Omdat het virus in het kalf niet gedood wordt, zullen deze kalveren het BVD virus altijd in hoge mate blijven uitscheiden. Hierdoor vormt zij een voortdurende besmettingsbron voor alle andere dieren.

 

Ongeveer de helft van de dragers is herkenbaar door afwijkingen aan ogen, vacht, huid of hersenen. Aan de andere helft van de dragers is niets te zien. Vijftig tot tachtig procent van de BVD-dragers sterft binnen een jaar. Negentig procent sterft voor ze twee jaar oud zijn. De nakomelingen van dragers zijn vrijwel altijd BVD-dragers.

 

Enkele gevaren bij een BVD infectie

 

Er zijn enkele valkuilen bij een BVD infectie:

 

1. Lang niet alle dragers ogen ziek. Je kan dus niet aan een kalf kan zien of het een BVD drager is. Het gevaar zit niet in de “súterige” kalveren, maar juist in de gezond ogende kalveren. Zij doen het wel goed doen, maar scheiden ondertussen heel veel BVD virus uit.

 

2. Wanneer er dragers op het bedrijf aanwezig blijven, werkt een vaccinatie tegen BVD niet effectief genoeg. Dragers verspreiden teveel BVD virus, waardoor de infectiedruk te hoog wordt om tegenop te enten. (Naast vaccineren moet je dus ook dragers gaan opsporen en afvoeren).

 

3. Wanneer de infectie voorbij lijkt te zijn, kan er na een aantal maanden uit een gezonde koe weer een nieuwe BVD drager geboren worden. Hierdoor blijft de infectie dus sluimerend op het bedrijf aanwezig, met alle economische gevolgen van dien.