Drachten:
0512 - 30 14 44
Burgum:
0511 - 46 40 60

Botbreuken

Breuken komen bij koeien af en toe is voor zowel aan voor- als achterpoten. Afhankelijk van waar de breuk voorkomt en hoe oud het dier is kunnen we dit ingipsen.

 

Open of gesloten breuk wat bedoelen we daarmee?

Een gesloten breuk is een breuk van het bot, waarbij huid en omliggend weefsel ononderbroken is gebleven. Het weke weefsel (als spieren, vet en huid) kan wel beschadigd zijn, maar het bot staat niet rechtstreeks in verbinding met de buitenwereld. Een open breuk is een breuk waarbij het bot niet langer volledig omgeven is door de omliggende weke weefsels, maar waarbij het bot rechtstreeks aan de buitenwereld bloot staat en dus kans heeft op besmetting. Dit heeft tot gevolg dat een open breuk rechtstreeks in contact kan komen met bacteriën die een besmetting kunnen veroorzaken. Nog een bijkomend probleem bij open botbreuken is de tragere botheling omdat er zich geen bloedbuil kan vormen. Dit belemmert de natuurlijke genezing, de genezing door callusvorming. Callusvorming is de natuurlijke manier, waarop een breuk in een bot weer dichtgroeit. Dit maakt dat bij runderen enkel gesloten breuken een goede kans maken en dat bij open breuken vaak gekozen wordt voor euthanasie.

open en gesloten breuk

Figuur 1. Open (links) en gesloten (rechts) breuk

 

Is het bot op een of meerdere plaatsen gebroken?

Een breuk kan enkelvoudig zijn, met andere woorden is er slechts één scheur of breuk in het botsegment (Figuur 2). Bij de meervoudige breuken (Figuur 3) onderscheidt men:

• de bifocale breuken; dit zijn twee breuken in hetzelfde bot.

• de multifocale breuken; minstens drie breuken in hetzelfde bot.

• de commutatieve breuken; verbrijzeling van het bot met zeer veel fragmenten.

scheur of breuk

Figuur 2. Enkel een scheur (links) of volledige enkelvoudige breuk (rechts).

 

bifocale en multifocale breuk

Figuur 3. Een bifocale (links) en multifocale (rechts) breuk

 

Een breuk kan ook articulair zijn; hierbij loopt de breuklijn door een gewricht. Deze breuk vraagt extra aandacht omdat de botstukken zeer nauwkeurig aan elkaar moeten groeien om beschadiging van het gewricht te vermijden door het schuren van de gewrichtsoppervlakken tegen elkaar. Verder kunnen er bij een breuk ook bloedvaten en zenuwen beschadigd worden wat niet goed is voor de prognose van de breuk.

Ook kan het nog voorkomen dat de breuk verplaatst. Dit kan gebeuren tijdens het ongeluk waarbij de breuk ontstaat of nog later doordat het dier op de poot probeert te staan. Hierbij kan er ook beschadiging ontstaan van weefsels er om heen of kan zelfs het bot door de huid komen. Voordat een breuk wordt ingegipst, proberen we altijd eerst de botstructuren op elkaar te krijgen.

 

verplaatste en niet verplaatste breuk

Figuur 4. Een verplaatste (links) en een niet verplaatste (rechts) breuk